Home

Politieke inmenging in het dossier Thermae Palace

02/03/2018 - debat

Politieke inmenging in het dossier Thermae Palace en de nood aan onafhankelijke procedures

Op 30 november 2016 werden drie kandidaturen ingediend voor de nieuwe eigendomsstructuur van de site Thermae Palace. We zijn nu eind februari 2018: de procedure en onderhandelingen slepen dus al 15 maanden aan. Er is nog geen beslissing, laat staan dat de eerste steen van de restauratie al gelegd is. Dat is veel langer dan voorzien. De verwaarlozing van de site gaat verder, met de instorting van een deel van het plafond van de Koninklijke Gaanderijen als ergste voorbeeld. We mogen als stadsbestuur onze twee handjes kussen dat er nog geen ongelukken zijn gebeurd. Dat is geen goed bestuur.

Vandaar dat ik als gemeenteraadslid mijn plicht heb gedaan en in de GR van 23 oktober 2017 inzage heb gevraagd in alle documenten. Ik wou weten hoe de vork in de steel zit en hoe de onderhandelingen verlopen. Ik heb alle documenten en de communicatie met de kandidaten opgevraagd en wil de stedelijke administratie danken om mij als GRlid inzage te geven - zoals het hoort trouwens in een democratie. Net als in de voorbije weken zal ik erover waken om tijdens deze interpellatie geen commercieel gevoelige informatie vrij te geven of zaken die door de betrokkenen ondertussen niet zelf in de media zijn bevestigd.

Groen wil de best mogelijke oplossing voor Oostende. En dat is een renovatie van het hotel en de gaanderijen, met gelijke kansen voor alle mogelijke kandidaten, een objectieve beoordeling, en een goede financiële uitkomst voor de Stad.

Door de aanpak van het stadsbestuur zijn deze voorwaarden niet vervuld.

Wij willen drie vragen op tafel leggen.

1) Hoe verantwoordt het stadsbestuur het favoritisme ten aanzien van de huidige uitbater? Zonder een ‘level playing field’ en eerlijke concurrentie kun je als Stad onmogelijk de beste deal voor Oostende uit de brand slepen.

Het lastenboek is op dat vlak erg problematisch. We hebben dat toen aangekaart en er waren ook erg kritische stemmen uit de gemeenteraad. Wat het stadsbestuur toen heeft goedgekeurd, is favoritisme ten aanzien van de huidige uitbater Vanmoerkerke. Dat een Oostendse ondernemersfamilie wil investeren in onze stad is mooi. Maar dat is geen reden om als stadsbestuur plat op de buik te gaan.

Ten eerste, moet de NV Restotel als huurder op eigen kosten instaan voor alle herstellingen, vernieuwing of onderhoud. Op het einde van de huur (2036) moet hij het complex in goede staat van onderhoud terug ter beschikking stellen van de Stad (bron: art. 4 huurovereenkomst; DOCUMENT). Dit in tegenstelling tot wat Vande Lanotte in de gemeenteraad van 16/06/2016 en DZW van 27/10/2017 beweert, dat er nergens in het contract staat dat de huurder verplicht is om die kosten te maken.

De huurder moet zijn gebouw dus in goede staat van onderhoud behouden, zoals echter niet is gebeurd. Toch koppelt de Stad daar vreemd genoeg geen consequenties aan.

Ten tweede, en sterker nog, bij de verbreking van de huurovereenkomst en de verkoop aan een ander bedrijf, krijgt Vanmoerkerke 8 miljoen euro schadevergoeding. Gebaseerd op erg gunstige winstprognoses van de laatste jaren. Bovendien zijn het niet de eigenaars die de schadevergoeding moeten betalen (wat toch gebruikelijk is als je als eigenaar een lopende huurovereenkomst verbreekt), maar wel een derde koper - die in feite met de hele huurovereenkomst niets te maken heeft.

Ten derde, is de Stad Oostende mee eigenaar van de hele site. Maar: als het verkocht wordt of in erfpacht wordt gegeven, krijgt Oostende geen euro. Dat moet iemand toch eens verklaren. We zijn een immens gebouw op een toplocatie kwijt, zonder opbrengst. Integendeel zelfs, we verliezen want Oostende is de jaarlijkse huurinkomsten kwijt (125.000 euro per jaar, niet geïndexeerd, dus wellicht rond de 200.000 euro). Alle mogelijke opbrengst vloeit exclusief naar Vlaanderen, zo staat in het lastenboek. Het is echter door de burgemeester hier al op de GR voldoende duidelijk gemaakt dat er eigenlijk geen opbrengst van de verkoop verwacht wordt. Dus een kandidaat-koper weet dat hij nul euro kan bieden.

2)Hoe verantwoordt het stadsbestuur dat er in Oostende voor dit soort grote projecten niet gewerkt wordt met een jury en met een objectieve procedure, zonder politici? Maar dat integendeel de burgemeester zelf op eigen houtje de meeste onderhandelingen voert, zonder dat we kunnen weten welke belangen allemaal meespelen? Dat is oude politieke cultuur. We moeten dit in de toekomst objectiever en moderner aanpakken, de tijden zijn veranderd.

Het is de jury die volgens het lastenboek moet onderhandelen en alle kandidaturen moet beoordelen. De jury maakt op het einde van de rit dan een voorstel van beslissing over aan de initiërende overheden, namelijk de Stad Oostende en Vlaanderen.

De realiteit is compleet anders. In de feiten zien we dat niet de jury, maar burgemeester Vande Lanotte de spil is in de onderhandelingen. Grote politieke inmenging in het dossier. Hij is in elke fase van alles op de hoogte, verweven in elke stap die wordt gezet, en een actief onderhandelaar - buiten de vergaderingen van de commissie om, soms zelfs in zijn eigen kabinet op het stadhuis, in Gent, of in zijn kantoor in de Haven.

Dit is achterkamerpolitiek van de zuiverste plank. Er is geen transparantie in dat soort politieke contacten. We hebben er het raden naar wat werd gezegd op alle overlegmomenten tussen de kandidaten en de burgemeester: er zijn geen verslagen van. Welke afwegingen werden daar gemaakt? Ging het wel degelijk enkel om de objectieve criteria zoals bepaald in het lastenboek of spelen andere belangen? Ging het enkel om het dossier-Thermae Palace of werden andere dossiers betrokken? We weten het niet en zijn niet zeker dat het belang van Oostende en de renovatie van het Thermale-Complex steeds voorop stond.

Bovendien blijkt dat àls de jury dan toch bijeenkomst, er wel degelijk altijd een politicus bij zit, namelijk de burgemeester zelf. Ondanks de op papier a-politieke samenstelling, ondanks de verklaringen van Johan Vande Lanotte in de pers, is Johan Vande Lanotte op elke vergadering aanwezig. (DOCUMENT)

Wij vragen een objectieve doorlichting van de huidige procedure.

En wij willen voor dit soort grote bouwdossiers een andere, meer transparante aanpak. Groen wil dat alle politieke partijen in Oostende zich engageren om het voortaan anders te doen: met onafhankelijke commissies die bouwprojecten beoordelen, zonder inmenging van politici. Burgemeesters die zelf beginnen dealen en wheelen, en onderhandelingen voeren zonder dat iemand zicht heeft op wat er wordt gezegd, is oude politieke cultuur. Dat is niet meer van deze tijd.

Daarom is het aan autonome jury’s om het selectieproces te voeren. Objectieve criteria rond kwaliteit, ambitieniveau, kostprijs en financiële betrouwbaarheid bepalen de rangorde van kandidaten. De jury’s komt regelmatig samen, werken transparant en houden verslagen bij van de afwegingen die worden gemaakt. Die verslagen zijn door gemeenteraadsleden op te vragen en te controleren. Finaal is het aan de verkozen politici om te beslissen. Als zij afwijken van het advies, moet dat worden gemotiveerd. Iedereen kan dan zelf oordelen of de uiteindelijke beslissing te rechtvaardigen valt of niet.

Wil het stadsbestuur zich daartoe engageren?

Deze feiten zijn flagrant in strijd met de volgende uitspraken van Johan Vande Lanotte:

“Er is trouwens een onafhankelijke jury waarin geen politici zetelen maar wel architecten, mensen van Erfgoed en Westtoer. Zij oordelen over de dossiers. Ze komen twee keer per week samen en ik heb de indruk dat ze grondig te werk gaan.” (Johan Vande Lanotte, De Zeewacht, 15 december 2017)

Een onafhankelijke jury waarin geen politici zetelen, oordeelt over de dossiers. Ik heb de indruk dat ze grondig te werk gaan.” (Johan Vande Lanotte, Het Nieuwsblad, 12 december 2017)

“De commissie doet zijn werk en ik kan niet goed inschatten hoe ver het op dit moment staat. Daarvoor sta ik er momenteel iets te ver af.” (Johan Vande Lanotte, De Zeewacht, 12 januari 2018)

Voor Groen gaat het om de manier waarop hij als burgemeester een van de grootste bouwprojecten in de stad aanpakt. Dat is een interessante inhoudelijke keuze. Er zijn twee methodes. Ofwel een moderne en transparante aanpak, met een jury van experten die onderhandelen en op basis van objectieve criteria afwegen wat het beste project is voor Oostende. Waarna de verkozen politici beslissen. Ofwel de methode-Vande Lanotte. Wees dus gewoon eerlijk. Doe niet alsof je een objectieve procedure zonder politici wil voeren, terwijl je in de feiten kiest voor oude politieke cultuur.

3)Hoe is het mogelijk dat de voorzitter van de jury dat allemaal aanvaardt en niet op zijn strepen staat? En hoe komt het dat de jury amper vergadert over zo’n groot dossier?

Op mijn vraag om alle verslagen van de juryvergaderingen te ontvangen (4 januari 2018), worden mij negen verslagen overgemaakt tussen 26 mei 2016 (start, na goedkeuring lastenboek in CBS en Vlaanderen) en 26 september 2017. De commissie lijkt op 19 maanden tijd slechts negen keer te zijn samengekomen. Dat een jury zo weinig bijeenkomt, is vreemd en betekent dat ze niet de centrale speler is die ze zou moeten zijn.

Voorzitter van de jury is erg afwezig in het mailverkeer over de kandidaturen, en handelt niet onafhankelijk van de Stad zoals in deze fase (voorafgaand aan de beslissing) verwacht wordt. Hij werd daarop aangesproken door Vlaanderen, die een bepaalde uitspraak van hem niet goed begreep. De Commissie Eau-Tel zit erbij voor spek en bonen. Dat de voorzitter en de leden van de jury dit slikken, is hoogst problematisch en getuigt van een cultuur waarin men niet tegen bepaalde politici durft in te gaan. Het schept ook weinig vertrouwen dat dit tevens de voorzitter is van het Stadsatelier.

 

Share/Save/Bookmark

overzicht rubiek Oostende



Wouter De Vriendt over het F16 dossier

webdesign PixelShape