Home

Oostendse werkloosheid: tijd voor de juiste cijfers

14/07/2012 - persmededeling

Hoe graag we de euforische berichten op alle krantenvoorpagina’s over de daling van de Oostendse werkloosheid van SP.A-kopstukken Johan Vande Lanotte en burgemeester Jean Vandecasteele ook willen geloven, de waarheid heeft haar rechten. In hun poging om aan te tonen dat de aanpak van de werkloosheid door het stadsbestuur werkt, draaien beide SP.A’ers de Oostendenaar een rad voor de ogen. Dat verdient een rechtzetting.

De SP.A vergelijkt de werkloosheidscijfers in Oostende tussen oktober 2011 (lancering van Oostende@work) en juni 2012 (de laatste maand waarvoor cijfers beschikbaar zijn op de VDAB-website). Het klopt dat de Oostendse werkloosheid in die periode gedaald is van 10,52% naar 9,90%. Maar het klopt niet dat in diezelfde periode “de cijfers in Vlaanderen enkel stijgen” en “Oostende de enige regio in Vlaanderen is waar er een daling is in vergelijking met vorig jaar”, zoals Johan Vande Lanotte in diverse media beweert.

Meer nog: in gans Vlaanderen is de werkloosheid in die periode gedaald.  Van 191.568 personen naar 189.422 personen (-1,12%). In onze provincie West-Vlaanderen is de prestatie nog straffer, met een daling van 5,18% (van 27.972 naar 26.523 personen). Deze daling overtreft trouwens licht de gerealiseerde daling in Oostende (die neerkomt op -4,8%). Ook in Brugge, Aalst, Leuven en Mechelen is de werkloosheid in diezelfde periode gedaald. (bron: VDAB - arvastat.vdab.be). De daling in Oostende is dus allesbehalve uitzonderlijk. Het is met andere woorden onmogelijk te besluiten dat de lokale aanpak heeft gewerkt. Als we vergelijken met West-Vlaanderen is dat alleszins niet het geval, want de West-Vlaamse werkloosheid daalt sterker dan in Oostende.

Elke maand verschijnen nieuwe werkloosheidscijfers op de website van de VDAB. Deze kunnen van maand tot maand erg fluctueren. Het is daarom niet nauwkeurig om op basis van maandcijfers conclusies te trekken, zoals beide kopstukken dat hebben gedaan. Beter is om de prestaties over een langere periode onder de loep te nemen. Als we de prestaties van de meerderheidspartijen SP.A-OpenVLD-CD&V willen meten, kunnen we bijvoorbeeld de jaargemiddelden vergelijken van 2006 tot en met 2011. In die periode is de werkloosheid in Oostende gestegen met 18,1%. Dat is een stijging die veel groter is dan in andere steden, zoals Brugge (6%), Kortrijk (10%) of zelfs Gent (16%). Van alle centrumsteden doet alleen Antwerpen ongeveer even slecht als Oostende. Dit cijfer betekent dat de coalitie er niet in geslaagd is om de hoge werkloosheid in Oostende terug te dringen. Integendeel, de kloof met andere steden is verder gegroeid.

Enkel als we ons baseren op de juiste cijfers en analyse, is een goed beleid mogelijk. Groen maakt van werkgelegenheid een prioriteit. Wij hameren op het feit dat we onze traditionele economische troeven moeten versterken in plaats van verwaarlozen: de haven, visserij, horeca. Ook een betere activering van werkzoekenden is dringend nodig. Het is beangstigend dat er pas sinds het plan Oostende@work begeleiders van werkzoekenden aan de slag zijn. Wat is in al die jaren daarvoor dan gebeurd? Lokale banenmarkten, invoegbanen, stageplaatsen en individuele begeleiding zijn volgens Groen concrete instrumenten om de match tussen job en werkzoekende te vergroten. Mobiele werkwinkels kunnen naar de wijken worden gebracht zodat de afstand naar jobbegeleiding minder groot wordt. Er is onmiddellijk een gerichte doorverwijzing. Een wijkgerichte werking is drempelverlagend. Ook het OCMW moet meer inzetten doorstroming van art.60’ers naar de reguliere arbeidsmarkt, want nu vloeien velen na verloop van tijd terug naar de werkloosheid. Ten slotte zijn er in Oostende relatief weinig plaatsen in de sociale economie. Voor een bepaald publiek is dat nochtans een goede oplossing. Ook dat kan dus beter.

Lees zelf de cijfers na door op de afbeelding hieronder te klikken

 

 

Share/Save/Bookmark

overzicht rubiek Oostende



Over de reddingsactie van de Louise-Marie

webdesign PixelShape