Home

Begroting Stad Oostende: dit bestuur is veel te snel tevreden

25/01/2012 - gemeenteraad

Het uitzicht van Oostende is er de laatste vijf jaar zeker op vooruitgegaan. Heel wat straten en pleinen werden vernieuwd. Maar mogen we alsjeblief wat ambitieuzer zijn? In zowat alle centrumsteden verbeterde het uitzicht en werden heel wat openbare werken uitgevoerd. De hogere overheid geeft nu eenmaal meer middelen aan de steden dan vroeger. Ook de binnenstad van Kortrijk, Roeselare en Brugge werden aangepakt. Oostende is daarmee niet uniek. De zelfgenoegzaamheid van dit bestuur is dan ook irritant omdat de problemen worden weggewuifd. Het onveiligheidsgevoel van de mensen? Ach, zo erg is het niet. Een extra veiligheidscamera zal alles oplossen. De stadsvlucht van jonge actieve gezinnen weg van Oostende? Ach, we hebben toch nog onze bouwprojecten en onze stijgende inkomsten van roerende voorheffing? Het feit dat de werkloosheid in Oostende de laatste jaren sterker gestegen is dan in andere Vlaamse centrumsteden en er dus helemaal geen kentering is geweest de laatste vijf jaar? Ach, Oostende heeft nu eenmaal een historisch hoge werkloosheid. De schulden en financiële problemen van onze Stad? Ach, we hebben toch een begroting in evenwicht en onze schulden zijn toch niet gestegen? Deze coalitie mag de problemen dan al minimaliseren, de Stadsmonitor 2011 wijst in nieuwe cijfers duidelijk op een groter gevoel van ontevredenheid bij de Oostendenaars. In 2008 was 75% van de Oostendenaars nog fier op zijn stad, in 2011 was dat nog maar 68%. De tevredenheid is in diezelfde periode gedaald van 80% naar 74%. De vraag is eigenlijk welke stad we willen. De groenen leggen drie grote prioriteiten op tafel en we bekijken in hoeverre de begroting 2012 daaraan tegemoetkomt. Priotiteit 1: word een aantrekkelijke stad voor jongeren en jonge actieve gezinnen Het is niet toevallig dat dit onze eerste prioriteit is. Volgens het rapport “Facetten van West-Vlaanderen” van augustus 2011 zal de bevolking in Oostende verder stijgen tegen 2025. Maar binnen die bevolkingsstijging zal het aantal min-15-jarigen afnemen met 6%. Het aantal 65-plussers zou in diezelfde periode dan weer stijgen met 48,8%. Ook een recent VUB-onderzoek, voorgesteld door de Provincie begin dit jaar, spreekt van onrustwekkende cijfers. 1 op 4 Oostendenaars is iemand tussen 20 en 40 jaar. In 2020 zou dat aandeel van jonge volwassenen en jonge gezinnen verder zakken naar 1 op 5. Ik heb de indruk dat de meeste partijen dit zelfs geen probleem vinden. Het stadsbestuur is tevreden over het afgelegde parcours… Nochtans zal zich dat op termijn wreken, met minder actieven en jonge gezinnen kwijnt een stad weg. Ook economisch gezien is dat geen goede zaak. De lichte daling van de opbrengst in de personenbelasting in de afgelopen jaren is er volgens mij al een eerste indicatie van. Hoe minder inkomsten uit arbeid, hoe minder personenbelasting. De opbrengst is dit jaar 14,5 miljoen euro, vorig jaar was dit nog 14,6 miljoen euro en het jaar daarvoor 14,7 miljoen euro. Groen wil dat dit bestuur zich niet neerlegt bij de demografische prognoses en een koerswijziging voert. Een eerste maatregel die moet genomen worden is betaalbaar wonen. De bouw van dure appartementen gericht op het aantrekken van tweede verblijvers of welgestelde ouderen vanuit het binnenland moet stoppen. Er moet een woonbeleid komen voor jonge gezinnen, met meer woningen in het segment tussen 150.000 euro en 200.000 euro. Groen stelt voor om bij elk nieuw bouwproject niet alleen sociale woningen te voorzien, maar ook betaalbare woningen voor gewone gezinnen. Een stad kan dit als voorwaarde opleggen bij het verlenen van de bouwvergunning. Hierover niets in de beleidsnota. Dat Oostende een dure stad is om te wonen, wordt bewezen door de recente Stadsmonitor 2011. De meest gebruikte methode voor het meten van de betaalbaarheid is deze van de woonquote: de uitgaven van het gezin voor wonen ten opzichte van het gezinsinkomen. 23,3% van de huishoudens in de dertien centrumsteden heeft een woonquote van meer dan 30%. Oostende doet het met 24,1% gemiddeld slechter. De andere centrumsteden in West-Vlaanderen scoren zelfs beduidend beter (Brugge 19,8%, Roeselare 14,3%, Kortrijk 15,6%). Betaalbaar wonen is in Oostende dus een groot probleem. Een tweede maatregel op het vlak van cultuur en vrije tijd. Het aanbod aan infrastructuur is nog altijd veel te klein. Vele verenigingen zoeken betaalbare vergaderlocaties, vele theatergezelschappen zoeken naar kleine zalen, of zijn ondertussen uitgeweken buiten Oostende. De Grote Post moet veel oplossen, ik wil vragen dat dit ook een project wordt voor de vele, kleine verengingen die onze stad rijk is. Een derde maatregel ligt op het vlak van onderwijs. Het is doodjammer dat de Stad Oostende niet meer werk heeft gemaakt van het aantrekken van hoger onderwijs. Dat is een garantie op jonge mensen en op linken naar werk voor jonge mensen in de stad. Men heeft toegelaten dat Brugge de aantrekkingspool werd op het vlak van hoger onderwijs. Een vierde maatregel is een veilige stad. De Stad moet veel meer inzetten op politie op straat en wijkwerkers. De politie heeft nood aan wijkkantoren die elke dag open zijn en aan wijkagenten op straat, te voet of met de fiets en in contact met de mensen. Zowel preventief als repressief heeft dit zeer veel nut. Ook straathoekwerkers en buurtbemiddelaars zijn een oplossing. Veiligheid geldt ook voor mobiliteit. In de meeste steden kiest men voluit voor randparkings en zachte mobiliteit richting de binnenstad, in Oostende neemt de auto nog altijd te veel ruimte in. Er is nood aan een stadscentrum met meer verkeersvrije of –zachte straten. Andere maatregelen om gezinnen en jonge actieven aan te trekken liggen op economisch vlak. Een bedrijfsvriendelijk klimaat voor zelfstandigen is belangrijk. De ondernemingsgraad in Oostende is samen met Bredene de laagste van de provincie: er zijn slechts 8% ondernemers actief (bron: West-Vlaanderen Ontcijferd 2011). Maar zeker ook kansen op een job zijn belangrijk voor jonge gezinnen om al dan niet naar Oostende te komen wonen. Priotiteit 2: leg je niet neer bij de hoge werkloosheid maar doe er iets aan Het bilan van deze coalitie op vlak van strijd tegen de werkloosheid oogt niet mooi. De VDAB cijfers zijn duidelijk (bron: arvastat.vdab.be). Sinds het begin van deze legislatuur tot 2011 is de werkloosheid in Oostende gestegen met 18,1% (dit is een nieuw cijfer!). Dat is een stijging die veel groter is dan in andere steden, zoals Brugge (6%), Kortrijk (10%) of zelfs Gent (16%). Alleen Antwerpen doet ongeveer even slecht als Oostende. Dit cijfer betekent dat de coalitie er niet in geslaagd is om de hoge werkloosheid in Oostende terug te dringen, integendeel, de kloof met andere steden is verder gegroeid. Het lokale beleid heeft hier gefaald, er zijn onvoldoende economische kansen gecreëerd. Groen wil inzetten op een dubbel spoor. Enerzijds de traditionele economische sectoren die Oostende rijk is niet opgeven, maar versterken (de horeca, de haven, de visserij, de luchthaven). Dat betekent dat de haven moet inzetten op haventrafiek, omdat dit werkgelegenheid is die blijft. Er moet samenwerking met Zeebrugge gezocht worden. Nu is de haventrafiek elk jaar dalende, in 2011 daalde de roro opnieuw min 21% tot 2,3 miljoen ton. Ook de visserij is en blijft een troef. Als we de Oosteroever ontwikkelen, moeten we hiermee rekening houden. Anderzijds moeten we inzetten op nieuwe opportuniteiten. De luchthaven slorpt zeer veel belastinggeld op (8 miljoen euro per jaar) maar is niet rendabel. Ook in 2011 daalde de vracht met meer dan 10% tot 57.000 ton, het zoveelste jaar op rij. Het is een fiasco, vooral vanuit economisch oogpunt. De gebruikte grond moet een grotere meerwaarde opleveren. We moeten ons dus concentreren op het passagiersverkeer en de vrijgekomen ruimte kan gebruikt worden voor Onderzoek & Ontwikkeling, bijv een onderzoekscentrum luchtvaart waar in Vlaanderen grote nood aan is. Oostende zou dit moeten kunnen binnenhalen. Een uitgebreide consultatie bij ondernemers is aangewezen om te horen waar de problemen liggen. Ten slotte is een betere activering van de werklozen nodig. In de beleidsnota wordt melding gemaakt van Oostende@work. Dat project kost 380.000 euro voor twee jaar. En voilà, het stadsbestuur is alweer tevreden en gerustgesteld… Toen ik op een van de vorige gemeenteraden vroeg hoe dit grote bedrag concreet zou besteed worden, kreeg ik niets anders dan vage antwoorden. In het persartikel (25/10/2011) dat diende als aankondiging van Oostende@work, werd alleen melding gemaakt van de aanstelling van een “jobmarketeer” die pendelt als een handelsreiziger tussen werkgevers en werklozen en opleidingsinstellingen. In een opgemerkt interview met schepen Bart Bronders (gisteren, DZW) lezen we nu dat bij de VDAB twee jobmarketeers aangenomen werden en een coördinator. Behoort aanwerving van mensen bij de VDAB om aan activering te doen niet tot het normale personeelsbeleid van de VDAB? De VDAB is al jaren bezig met activering. Waarom moet hiervoor een extra project Oostende@work uitgevonden worden? Dit is window dressing. Het kind moet weeral een naam hebben, maar is het niet vooral marketing? Bovendien heb ik de grootste vragen over de coördinator, die werd aangenomen. Hoe gaat die samenwerken met de VDAB? En bovendien, de coördinator die werd aangeworven, is iemand die SP.A-burgemeester is van Koekelare. Hoe gaat een burgemeester van Koekelare een tewerkstellingsproject in Oostende leiden? Het lijkt me dat dit een fulltime job is, toch? Ik wil ook vragen wat het statuut is van deze coördinator. Wordt hij betaald met de 380.000 euro? En ik herhaal nogmaals mijn vraag: ik wil weten wat de toegevoegde waarde is van Oostende@work, wat er concreet zal gebeuren dat niet door de VDAB kan gebeuren, hoe de samenwerking met de VDAB zal gebeuren, en waarom het in hemelsnaam de burgemeester van Koekelare is die het project zal leiden. Priotiteit 3: maak van Oostende een financieel gezonde stad, met transparantie over alle rekeningen Oostende is er op financieel vlak niet goed aan toe. Het goede nieuws van dit stadsbudget 2012 is dat de investeringen binnen de perken blijven. Maar dat kan ook moeilijk anders, want het geld is op. Investeringen worden getemperd, maar leninglasten blijven hoog. Van de 12 miljoen euro investeringen wordt er 8 miljoen geleend. Dat is 70%. In het buitengewoon reservefonds, een spaarpot om investeringen te doen, is quasi leeg. De schuld van de Stad is groot en bedraagt 114 miljoen euro, wat hetzelfde is als in 2006. Iedereen in ons land weet dat de schuldenlast van België naar beneden moet, maar Oostende heeft zich daar de laatste zes jaar dus niets van aangetrokken. Dit jaar worden er voor 12 miljoen euro investeringen gepland. Vorig jaar was dat nog voor 29 miljoen euro. Van de 12 miljoen euro moet echter te veel worden geleend, namelijk 8 miljoen euro. Dat is 70%. Ondertussen is ook het buitengewoon reservefonds (een spaarpotje bedoeld voor investeringen) zo goed als leeg (zie grafiek). De huidige coalitie, in haar laatste jaar, gebruikt alles op. Dat alles maakt dat de leninglasten voor de Stad dit jaar neerkomen op 14,34 miljoen euro. Dat is één tiende van het budget dat naar schuldaflossing gaat. Er is een duidelijke trend die logisch is gezien de vele leningen en de schulduitgaven: de leninglasten nemen elk jaar toe. Vorig jaar was dat nog 14,18 miljoen euro, in 2010 12 miljoen euro, in 2009 was dit 11,5 miljoen euro. Dit is een zeer kwalijke evolutie. Dit is geen duurzaam financieel beleid en de komende generaties zijn het slachtoffer. Bovendien is het zo dat in het schuldenplaatje van 114 miljoen euro de schulden van de autonome gemeentebedrijven en autonome entiteiten niet meegerekend worden. Het AGSO, het Bedrijf voor Grond en Bouwbeleid, het Kursaal, de vismijn die over de kop is gegaan. Wie heeft nog zicht op het totaalplaatje? Het zijn wel allemaal instellingen waarvoor de Stad borg staat en die regelmatig dotaties van de Stad ontvangen. Het Kursaal bijvoorbeeld heeft 12 miljoen euro schulden. Dit moet mee gecalculeerd worden bij het globale beeld van de stadsfinanciën. Maar omdat Oostende ervoor heeft gekozen om zoveel verschillende AG’s op te richten (uniek in Vlaanderen), is alle transparantie zoek. Dit versterkt alleen maar de vraag van Groen naar een geconsolideerde rekening en een grondig debat over de stedelijke financiën in zijn geheel. De burger heeft daar recht op. Inzake de autonome gemeentebedrijven wil ik graag refereren naar De Zeewacht van gisteren, met op de voorpagina schepen Bart Bronders die verklaart: “AGSO oprichten en dan als stad en OCMW zelf projecten realiseren? Ik heb daar vragen bij”. Een duidelijke sneer naar het gebrek aan coördinatie tussen stad, OCMW en AGSO. Ik zou over deze uitspraak graag meer uitleg krijgen. Conclusie Er is in Oostende een nieuwe dynamiek nodig met een bestuur dat de problemen van de mensen ernstig neemt en ze niet wegwuift. Het huidige stadsbestuur is te snel tevreden en klopt zichzelf graag op de borst. Voor Groen is het duidelijk. Na de gemeenteraadsverkiezingen moeten we naar een dynamische stad die mikt op het aantrekken van jonge, actieve gezinnen. Een stad die inzet op werkgelegenheid, zowel voor laag- als hoogopgeleiden. Een gezellige stad, waar gezinnen met kinderen zich goed voelen. Een stad die een echt woonbeleid uittekent met het oog op meer betaalbare woningen voor gewone gezinnen in plaats van dure appartementen. En tegelijk ook een financieel gezonde stad, met openheid over de situatie van de autonome gemeentebedrijven.


 

Share/Save/Bookmark

overzicht rubiek Oostende



Wouter De Vriendt over het F16 dossier

webdesign PixelShape